Inclusie of Erbij Horen

Inleiding

 

Als speciale mensen mochten kiezen hadden ze er altijd bij willen horen! Maar wat is er gebeurd dat het vaak lijkt alsof ze beter af zijn als ze er niet bij horen? Aparte scholen, aparte voorzieningen. Het heeft iets te maken met hoeveel ruimte er in de wereld is om mensen die anders zijn er bij te laten horen? Daar is blijkbaar niet veel ruimte voor en dát is waar inclusie over gaat. Hoe kunnen we de wereld zo maken, dat iedereen welkom is. Ieder speciaal mens met zijn of haar eigen mogelijkheden en beperkingen.
En één van de plekken waar we kunnen beginnen is het onderwijs.

Waar gaat inclusie wel of niet over?

 

Inclusie gaat níet over speciale kinderen die in het reguliere onderwijs mee moeten draaien, zoals nu dreigt te gebeuren. Ze worden neergezet, terwijl de omgeving niet de kans heeft genomen of gekregen, om deze reguliere omgeving ook werkelijk een warm welkom voor ze te laten zijn. Inclusie gaat over: wat moet er in het reguliere onderwijs veranderen, zodat speciale kinderen zich daar thuis kunnen voelen. Het gaat er niet om dat het speciale kind moet veranderen, maar dat de wereld om hen heen zich meer bewust wordt en verandert, zodat ze samen zich kunnen ontwikkelen.

 

Ik heb er een workshop over gevolgd. Dat was heel bijzonder, want de conclusie is, dat als we de wereld zó maken dat speciale mensen er wel bij konden horen, dan zou de wereld veel leefbaarder worden voor ons allemaal!

 

Voor ons, familieleden of begeleiders van kinderen met speciale uitdagingen is dit geen nieuws. In Contactgericht Spelen en Leren ontdekken we dagelijks hoe speciale kinderen een inspiratiebron voor ons zijn. Als wij er aan werken om de wereld leuk en uitdagend te maken voor onze speciale kinderen, ontdekken we steeds meer en dieper hoe we meer in contact kunnen zijn onszelf en met wat werkelijk belangrijk is.
Maar in de grote wereld is het nog niet altijd zo duidelijk en daarom raken we het zicht er wel eens op kwijt.

 

De wereld veranderen is geen eenvoudige, maar zeker geen onmogelijke opgave. We moeten gewoon ergens beginnen. En dat vanuit onze attitude om alles te willen en niets nodig te hebben. Zo ga ik aan de slag, ook met inclusie.

Een beetje geschiedenis

 

Om te begrijpen waarom we geloven dat er allerlei aparte voorzieningen zouden moeten zijn is hier eerst een stukje geschiedenis.

 

Vóór de industriële revolutie werkten mensen met elkaar om te voorzien in levensonderhoud. Mensen met een beperking hadden het vaak niet makkelijk, maar werkten mee voor wat ze konden. Ze hadden hun eigen taken en hun eigen waarde. Toen er fabrieken kwamen, gingen mensen aan machines werken. En na korte tijd bepaalde het tempo van de machines of mensen wel of niet konden mee werken. En mensen met een beperking konden dat niet en lagen er toen uit. Nu hadden mensen met beperkingen geen eigen taken meer en geen eigen waarde. Ze werden nu een last.

 

Door de armoede en ondervoeding waren er veel kinderrijke gezinnen in de steden en deze gezinnen hadden dus ook regelmatig kinderen met beperkingen. Dit kwam door de armoede, ondervoeding en ziektes door slechte leefomstandigheden. Maar ergens hebben een groep vooraanstaande mensen destijds de koppeling gemaakt dat ‘onbeschaafde’ mensen meer gehandicapte kinderen kregen. En met onbeschaafde mensen werd bedoeld: werkelozen, mensen met beperkingen en criminelen. Alles werd op één hoop gegooid.

 

Deze groep vooraanstaande mensen dacht dat het menselijke ras slechter zou worden als ‘onbeschaafde’ mensen zich zouden voortplanten. Deze ideeën zijn terug te vinden in de ‘eugenetica’ en kun je zien tegen het licht van kolonialisme en de toen recente inzichten van Darwin. Ze hebben een grote invloed gehad op de voorlopers van onze huidige medische en sociale zorg.

 

Mensen die onder deze categorieën vielen werden opgepakt en opgesloten in instituten, onder het mom van heropvoeding en aanpassing. De instellingen werden door liefdadigheid gefinancierd. De jaarverslagen naar de geldverstrekkers lieten een prachtig beeld zien, maar wat er zich werkelijk afspeelde, kwam niet aan het licht. De mensen met beperkingen zelf werden niet geloofd, omdat die vaak als dom werden gezien.

 

Restanten van deze ideeën vind je nog steeds terug. Zo hebben mensen vaak lage verwachtingen van kinderen die beperkingen hebben. Zo zijn veel mensen bang voor je kind als hij anders is, alsof hij gewelddadig zou zijn. Zo wordt er enorm veel geïnvesteerd in prenataal onderzoek, alsof er geen plek zou zijn voor speciale kinderen.

Medisch model en sociaal model

 

Vanuit deze geschiedenis kennen we het medische model. In dit model is de ziekte iets wat gerepareerd moet worden. Dus wordt de ziekte onderzocht, je krijgt een label en dat is wat er mis is met je. Dan moet je daar aan werken en/of in therapie, want als het opgelost is kun je ‘gelukkig’ worden, net als ‘gewone’ mensen. De rest van diezelfde mens met beperkingen wordt voor een groot deel aan de kant gezet als niet van belang. Het idee is dat de persoon met beperkingen moet veranderen en niet de maatschappij.

 

Het sociale model is tegenover gesteld. Dit model waardeert iedereen naar wie hij/zij is. Je levenslust is je kracht. Je mogelijkheden worden onderzocht en gebruikt. De grenzen en weerstanden die je tegenkomt kun je gezamenlijk onderzoeken en oplossen. In dit model breng je de mogelijkheden naar de mensen, in plaats van andersom.
Dit sociale model biedt duidelijk veel meer aanknopingspunten om de wereld leefbaar te maken voor ons allemaal.

De behoeftes van ieder mens

 

Inclusie gaat over het tegemoet komen aan de behoeftes van ieder mens, dus ook die met beperkingen. Dat zijn de gewone basale menselijke behoeftes zoals: onvoorwaardelijke liefde, veiligheid en zekerheid, aanraken en nabijheid, voedsel en warmte, spel en stimulans, wederkerige communicatie, vrienden, plezier en pret, de mogelijkheid om te leren risico’s te nemen, de mogelijkheid om een verschil te maken.

 

Het vraagt soms meer creativiteit, andere en nieuwe paden. Het vraagt ons geduld en het lijkt alsof we niet zo snel voorwaarts kunnen, als we ook rekening moeten houden met de behoeftes van speciale mensen. Maar in werkelijkheid gaan we al veel te snel, sneller dan goed is voor ons. We willen allemaal meer tijd voor verbinding, contact, rust en echt zijn, maar de druk is zo groot om snel te gaan.
En ergens worden we allemaal die mens met een beperking.

 

Er is een grote ommezwaai nodig naar een meer sociaal model, waarin we mensen niet structureel veroordelen en willen veranderen, maar naar een model waar we iedereen naar waarde schatten. En als iemand niet mee kan komen vanwege zijn/haar beperkingen, dan kan iedereen meedenken over oplossingen..

Van buiten af EN van binnen uit

 

Er gebeurt al veel op het gebied van inclusie. Meer mensen dan ooit werken er aan. Op veel plekken in de wereld en in Nederland denken mensen hierover na. Er zijn veel hoopvolle initiatieven. Even googlen op internet leert je hoeveel mensen dit belangrijk vinden en er mee aan het werk zijn.

 

Maar er is nog veel meer werk te doen. En dat gaat sneller als we er allemaal aan meewerken. Zolang speciale kinderen/mensen geen goede plek hebben op scholen en in de maatschappij is er nog werk te doen.

 

Nu is dat makkelijk gezegd, maar niet zo makkelijk gedaan. Een systeem veranderen kun je wel van buitenaf opleggen, maar een ander belangrijk deel van het werk is dat mensen het van binnen uit ook gaan voelen, ervaren en begrijpen. Als veranderingen niet gedragen worden door de mensen, zullen ze niet op een goede manier plaatsvinden.

 

Er van binnen uit aan werken kunnen en mogen we allemaal doen. Wij, als ouders en begeleiders van speciale kinderen met name hebben een helder perspectief. Wij zien het voor onze neus gebeuren.

De negen waardes voor inclusie

 

Er zijn 9 waardes die voor ieder mens een richting zijn om inclusie van binnen uit en van buiten tot stand te brengen. Hoe meer je het draagt van binnen uit, hoe effectiever je kunt reageren op de bewegingen van buiten.

 

Het zijn algemene principes, maar door ze in jezelf en met elkaar te onderzoeken zullen ze veel meer in kracht toenemen. Zoals je verder zult lezen is het een heel proces om deze waardes te onderzoeken. Een prachtig en bijzonder proces. Een manier van leven. Inclusie kan een manier van leven zijn, waarin er steeds meer plaats komt voor iedereen en vooral jezelf!

 

Dit is een manier hoe je dit onderzoeksproces kunt doen: je kunt de woorden ‘ieder mens’ vervangen door ‘ik’. En je kunt onderzoeken en bewust worden op welke manier het dán waar voor je is.

Waarde 1
De waarde van elk mens is onafhankelijk van zijn/haar eigenschappen en onafhankelijk van wat hij/zij bereikt heeft.

wordt:
Mijn waarde is onafhankelijk van mijn eigenschappen en van wat ik bereikt heb.

 

Met andere woorden: jij bent hoe dan ook waardevol. Onvoorwaardelijk! Hoe hard werk je elke dag omdat je anders het gevoel hebt dat je niet zoveel waard bent? Hoe hard werken zoveel mensen in onze rijke westerse werelden, zodat ze er maar bij horen?

 

Er zijn zoveel momenten dat je je niet onvoorwaardelijk waardevol voelt. Het begint al als je ‘s morgens zuchtend uit bed stapt, als je in de spiegel kijkt, als je ziet dat het huis niet helemaal op orde is of als het ontbijt niet helemaal ontspannen verloopt. En het gaat zo de rest van de dag maar door. Het zijn de oordelen die je hebt over jezelf. Die heb je in de loop van je leven opgepikt en je vond het belangrijk om ze te geloven, omdat je erbij wilde horen en omdat je wilde dat er van je gehouden werd. De voorwaardelijke liefde!

 

Zolang je deze voorwaarden aan je zelf stelt is het zoveel moeilijker om onvoorwaardelijk open te staan voor andere mensen. Als je onvoorwaardelijk naar jezelf kunt kijken, krijg je meer ruimte om ook zo naar andere mensen te kijken.

 

Dat is waar inclusie over gaat. Als je zonder oordelen kunt kijken naar iemand die anders is, dan kun je het anders-zijn zien als een uitdaging en samen oplossingen zoeken. Als je een oordeel hebt over die mens die anders is, dan staan die oordelen je in de weg en raak je verwijderd van elkaar. Op niet-inclusieve scholen hebben het systeem, de leerkrachten en andere ouders oordelen over het anders-zijn van je kind dat speciale zorg nodig heeft. Dat is de reden waarom je kind er dan niet bij kan horen, en jij je als ouder er ook niet bij voelt horen.

 

Je kunt leerkrachten en andere ouders uitnodigen om onvoorwaardelijk naar je kind te kijken, maar het begint met dat jij onvoorwaardelijk naar jezelf kunt kijken en vandaar uit naar deze leerkracht en ouders.

 

Er zijn veel manieren om onvoorwaardelijk naar jezelf te kijken en van jezelf te leren houden. Het is een inspirerende reis. Je kunt je oordelen onderzoeken met de Option Methode of met Byron Katie of andere benaderingen. Je kunt de pijn dat je er ooit níet bij hoorde ontladen, met aandachtig luisteren. Je kunt er over schrijven voor jezelf, je kunt er tekeningen over maken. Je kunt hardlopen en je voorstellen dat je de oordelen er uit loopt. En je kunt elk moment steeds weer besluiten om het te doen: van jezelf te houden, onvoorwaardelijk!

Waarde 2
Ieder mens is in staat te denken en te voelen.

wordt:
Ik ben in staat om te denken en te voelen.

 

Maar hoe vaak twijfel je zelf of wat je denkt en voelt wel allemaal klopt? Het is vaak een wirwar in je eigen gedachtes en gevoelens en wat daarvan klopt wel en wat niet? Vaak denk je dat je bepaalde gedachtes niet mag denken, of gevoelens niet mag voelen. Of je vraagt je af of je bepaalde gevoelens wel kunt voelen. Hoe vaak twijfel je of je iets weet? Hoe vaak houd je je maar stil, omdat je gelooft dat anderen het beter weten? Ergens ben je gaan geloven dat jouw eigen gedachtes er niet toe deden en ben je ze stil gaan houden. Maar als je zo aan jezelf twijfelt, hoeveel vertrouwen heb je dan in het denken en voelen van de ander?

 

Kinderen die speciale zorg nodig hebben voelen en denken anders. Vroeger werden ze gezien als dom en dat is waar we los van kunnen komen. Speciale kinderen weten precies wat ze nodig hebben en wij kunnen vertrouwen op hun denken en voelen.

 

Ook hier kun je steeds weer onderzoeken als je merkt dat je twijfelt aan jezelf/je kind. Je kunt onderzoeken en uiten hoe bang je bent om jezelf te laten zien. Je kunt het besluit nemen om je gedachtes te laten horen aan anderen en je (ongemakkelijke) gevoelens te erkennen. Je kunt achter jezelf gaan staan en daarmee werk je aan inclusion en leer je de wereld om achter zichzelf en speciale kinderen te staan.

Waarde 3
Ieder mens heeft recht op communicatie en om gehoord te worden.

wordt:
Ik heb recht op communicatie en gehoord te worden.

 

Is er in je leven altijd naar je geluisterd? Word er nu naar je geluisterd, als ouder/ begeleider van een speciaal kind? Vroeger in je leven toen je klein was, op school, door je ouders, door je vrienden? En ik bedoel dan écht geluisterd, met aandacht, zodat je je gehoord voelde. Hoe anders zou je leven er uit hebben gezien als er wel naar je was geluisterd?

 

Als er vaak niet naar je geluisterd is, maakt dat het moeilijk om echt naar anderen te luisteren. Vooral kinderen moeten het hier ontgelden. We vinden het vaak lastig om echt naar kinderen te luisteren. We weten het vaak allemaal al veel sneller en beter.
Kinderen die speciale zorg en aandacht nodig hebben, hebben het nodig dat we echt met aandacht luisteren, zodat ze de kans krijgen om echt en volledig te communiceren op hun manier. De speelkamer is een plek waar we veel meer ruimte creëren om echt te luisteren, met aandacht.

 

Je kunt voor jezelf onderzoeken hoe er naar je geluisterd is en als je voelt dat je het nodig hebt dat mensen naar je luisteren (een hele reële behoefte) dan kun je mensen vragen met aandacht naar jou te luisteren. Jij op jouw beurt kunt met meer aandacht naar andere mensen luisteren en oefenen in deze helende vaardigheid. En hoe beter je leert luisteren, hoe beter je kunt luisteren naar de leerkrachten, waarnaar ook niet genoeg geluisterd is. Zodat deze mensen weer beter kunnen luisteren naar jouw speciale kind.

Waarde 4
Alle mensen hebben elkaar nodig.

wordt:
ik heb (alle) mensen nodig.

 

Het is waardevol je te verbinden met mensen, maar hoe vaak doe je de dingen alleen? Omdat je gelooft dat andere mensen er geen interesse of tijd voor hebben. Hoe wordt ons door reclame en het gebruik van de computer verteld, dat we geen andere mensen nodig hebben, maar nog veel meer hebben-dingen, of andere spullen waar we eigenlijk al teveel van hebben. Hoeveel avonden zijn we bezig om de computer weer opnieuw te installeren of te gebruiken?

 

Misschien geloof je dat je het alleen moet kunnen, omdat je anders zwak bent. En dus ploeteren we allemaal in ons eentje.

 

Wat we echt nodig hebben om de wereld toegankelijk voor iedereen te maken is: elkaar!

 

Mensen met beperkingen hebben andere mensen nodig, want anders redden ze het niet. Als wij net doen alsof we geen andere mensen nodig hebben, wat voor boodschap geven we ze dan eigenlijk mee?

 

Waarde 5
Leren vanuit contact is wezenlijker dan aanleren

wordt:
Voor mij is leren uit contact wezenlijker dan aanleren

 

Daar weten we vanuit CSL van alles van. We stemmen af op de kinderen en zo nemen we steeds een volgende stap. We zien dat het zo werkt. Maar realiseer je je het altijd voor jezelf?

 

We hebben allemaal op scholen gezeten en dingen moeten leren die we niet begrepen en die niet waren gekoppeld aan onze ervaringen. We weten vaak niet beter dan dat de enige weg is. Maar het leren dat niet gekoppeld is aan je ervaring, vergeet je weer snel. En het algemene gevoel dat achterblijft, is dat je veel niet kon snappen en dus dat je dom was. Dat maakt je terughoudend en onzeker.

 

Mensen om je heen vragen zich vaak bezorgd af, of je kind wel voldoende leert in de speelkamer. Het is tenslotte ‘maar’ spelen.

 

Leren in contact vraagt dat je elke keer weer nadenkt over de leerling en wat nu het beste aansluit. Je leert een kind te vertrouwen op zijn eigen denken en mogelijkheden. En daardoor vergroot je de motivatie enorm. En dan leert iemand dus veel makkelijker en meer!

Waarde 6
Alle mensen hebben steun en vriendschap nodig van mensen van hun eigen leeftijd

wordt:
Ik heb steun en vriendschap nodig van mensen van mijn eigen leeftijd

 

Hoe belangrijk zijn je eigen vrienden voor je? Ze geven je leven betekenis en als je ze niet hebt, als ze wegvallen, dan voel je je eenzaam. Kun je je vrienden opzoeken als je hun steun nodig hebt? Zijn ze er dan voor je?

 

Speciale kinderen zitten vaak op speciale scholen, ver weg. In de buurt worden andere kinderen uit hun buurt gehouden. Als ze niet goed ondersteund worden in het reguliere onderwijs, zijn ze al snel een buitenbeentje. Maar ook zij hebben behoefte aan deze vriendschappen.

Waarde 7
Voortgang in leren bereik je door voort te bouwen op dingen die mensen kunnen en niet op wat ze niet kunnen.

wordt:
Voortgang in leren bereik ik door voort te bouwen op wat ik kan, en niet op wat ik niet kan.

 

Hoe vaak veroordelen we onszelf en de ander op onze fouten. We zijn zo bang om fouten te maken. Maar die angst maakt dat we vooral steeds bezig zijn om te leren van wat we niet kunnen!

 

En als we ons zelf vooroordelen, hoe kijken we dan naar de ander? Lukt het jou altijd om mensen te waarderen op wat ze kunnen, of is het toch makkelijker om mensen te veroordelen op wat ze niet kunnen? Hoe vaak verzanden we niet in kritiek. Kritiek is meestal niet effectief. Het versterkt het onmacht gevoel van mensen en daardoor worden ze minder krachtig. Je kunt voor jezelf onderzoeken waar jij kritiek hebt gehad en hoe het jou uit je kracht heeft gehaald.

 

Speciale kinderen maken heel veel fouten, omdat ze de wereld anders ervaren. Als wij onze eigen kritische houding niet hebben onderzocht, en als we bang zijn voor fouten, hoe open kunnen we dan naar hen kijken?

Waarde 8
Diversiteit brengt kracht in alle levende systemen

wordt:
Diversiteit brengt kracht in mijn levende systeem

 

Hoe open zijn we voor diversiteit? Hoe bang zijn we juist voor die ander, dat ze onze banen afpikken of onze ‘voorrechten’?
Hoe bijzonder is het om te leren hoe andere mensen zijn en leven. Het geeft je zoveel inzicht, het relativeert de dingen waar je je elke dag zo druk over maakt. Het geeft je inzichten in hoe je ook op andere manieren dingen kunt oplossen. Wat een rijkdom.

 

Wat we vaak al heel jong geleerd hebben, is dat onze diversiteit niet gewaardeerd werd. We zijn aan alle kanten vooral aangemoedigd om ‘normaal’ te zijn. Maar wat is normaal? Normaal is ‘zoals anderen’ en dus níet jezelf en dus niet de diversiteit. Durf je helemaal jezelf te zijn, met al je kracht, je eigenaardigheden, maar ook met je beperkingen? Eigen-wijs?

 

Juist mensen die anders zijn en andere oplossingen nodig versterken de diversiteit, en brengen dus kracht in ons systeem. Van hen leren we over menselijkheid, er zijn voor jezelf en voor elkaar.

Waarde 9
Samenwerking is belangrijker dan competitie

wordt:
Voor mij is samenwerken belangrijker dan competitie

 

Dit is een grote uitdaging. We willen in theorie allemaal graag samenwerken, maar het is in de praktijk zo moeilijk te doen. Als in onze samenwerking het niet makkelijk loopt zijn we geneigd te kijken naar wat de ander niet goed doet, we oordelen en raken steeds verder van elkaar verwijderd.

 

Wat ik erover leerde was het volgende bijzondere inzicht: Er is meer dan genoeg liefde voor iedereen, en als we liefde delen… wordt het alleen maar meer. Maar er is/was meestal niet genoeg aandacht voor jou. De meesten van ons hebben al op jonge leeftijd genoegen moeten nemen met minder aandacht dan ze nodig hadden. Broertjes of zusjes hadden ook aandacht nodig, ouders moesten werken in het huishouden of er buiten en er waren niet altijd genoeg mensen om het gezin heen om ook jou de aandacht te geven die je nodig had en waar je recht op had. Op school zette zich dit voort. Vele uren bracht je door op school in een groep met gemiddeld 30 kinderen en 1 leerkracht. En dus heb je geleerd te strijden voor je aandacht. Het voelt alsof je vrijwel altijd echte aandacht te kort krijgt. Zolang je dit voelt is concurrentie begrijpelijk en is het moeilijk om samen te werken.

 

Liefde is er genoeg. Met aandacht kun je leren omgaan. Je kunt jezelf en de mensen om je heen leren met aandacht te luisteren, als er ook met aandacht naar hen geluisterd wordt. Dit is een prachtig en helend proces, waardoor je steeds meer in je eigen middelpunt kunt leven.

 

Voor speciale mensen is het belangrijk dat we de concurrentie opgeven, omdat het ten koste gaat van hen. Zij zullen het namelijk nooit winnen. Het is voor ons allemaal beter als we daarvoor in de plaats leren om naar elkaar te luisteren en samen te werken.

Tenslotte

Het is veel werk om in al deze dingen te groeien, maar het leuke is dat er geen enkele druk achter zit. Je kunt het alleen maar op je eigen manier doen. Je kunt er je leven lang over doen. En elke stap die je zet, maakt het weer een beetje beter.

 

Ik heb geleerd dat werken aan deze waardes de kwaliteit van mijn leven verbeterde, omdat ik meer ontspannen in mijn eigen leven kon worden. En daarom weet ik diep van binnen dat inclusie fijn is voor onze speciale kinderen, maar vooral voor onszelf!!

 

Ik nodig je van harte uit om te:

Anneke

 

Met veel dank aan Micheline Mason

Een boek bijzonder over inclusie is: " You're Going to Love This Kid!: Teaching Children with Autism in the Inclusive Classroom"  van Paula Kluth.

 

Het bijbehorende werkboek (pdf)

"A PROFESSIONAL  DEVELOPMENT PACKAGEf or Teaching Students with Autism" staat op internet.